Wie naar Santiago loopt of fietst

Social Share

ervaart vrijwel zeker meer dan de genoegens van een gewone wandel- of fietstocht.  

 

Al sinds de middeleeuwen zijn de hoofdroutes vanuit Nederland beschreven. Langs die routes verrezen kerken, kloosters en abdijen. Door al die gebouwen, wegen en bruggen is de tocht naar Compostela een reis langs twaalf eeuwen Europese kunst en cultuur.

 

Ook de hedendaagse pelgrim staat voor middeleeuwse vragen: waar vind ik vanavond een slaapplaats, hoe kom ik aan eten, hoe zal men mij begroeten? 
En steeds weer zijn mensen bereid hem onderdak te verschaffen en de goede weg te wijzen.

 

In Frankrijk en Spanje is een immer uitdijend netwerk van pelgrimsherbergen gevormd, de ‘albergues de peregrinos’, ten onrechte ook wel ‘refugios genoemd.

Ook in Nederland en België zijn inmiddels de eerste herbergen opgericht waar men voor enkele euro’s kan overnachten. Vaak zijn deze gevestigd in oude kerken en kapellen, waardoor de historische sfeer van de tocht benadrukt wordt. 

Zo ervaart de hedendaagse pelgrim de enorme gastvrijheid bij mensen langs de route:

  • zijn vertrouwen in de mensen groeit,
  • zijn onbevangenheid neemt toe. Hij leert om de afstand tussen mensen te overbruggen,
  • hij leert te ontmoeten en los te laten. Hij weet zijn weg te vinden waar geen pad is,
  • hij merkt dat zijn hoofd allengs leeg raakt, bevrijd van de dagelijkse zorgen, en zich vult met nieuwe, verfrissende gedachten,
  • hij leert te gaan op het ritme van zijn hartklop, te genieten van de prachtige omgeving, en te vertrouwen op ‘Jacobus’. 

Santiago de Compostela, de de middeleeuwse pelgrimsstad in het verre noordwesten van Spanje, mag zich de laatste decennia verheugen in een sterk groeiende belangstelling. Naast de miljoenen religieuze toeristen die per bus en trein naar de stad reizen, leggen tegenwoordig jaarlijks ruim honderdduizend mensen de tocht naar de ‘Stad van Jacobus’ te voet, per fiets of te paard af.

Soms lopen zij alleen de laatste 100 km; vaker beginnen zij bij de Pyreneeën en dan hebben zij 800 km te gaan. Maar veel Nederlandse pelgrims beginnen de tocht thuis en lopen of fietsen dus meer dan 2500 km, een reis van soms wel drie maanden of meer.

 

Voor de middeleeuwse mens was de tocht naar Santiago een religieuze activiteit: men ging om de heilige te vereren, om vergeving te vragen of om een gunst af te smeken.
Sinds de herleving van de pelgrimage in de twintigste eeuw treden ook andere motieven op de voorgrond. Voor de een is het een vorm van sportieve recreatie, voor de ander een reis langs duizend jaar kunst en cultuur, voor weer anderen vormt de tocht een periode van zelfreflectie.

 

Ook steeds meer jongeren vinden de weg naar Santiago. Zij ervaren de reis als een uitgelezen mogelijkheid om internationale contacten op te doen, en tegelijkertijd afstand te nemen van de eisen die deze wereld hun stelt.

 

De hedendaagse pelgrimstocht naar Santiago komt op deze manieren tegemoet aan het verlangen van velen naar zin en waarden in hun leven.