Voorbereiding Fietsers

Social Share

 

1. Hoeveel kilometer kan ik per dag fietsen?

Het hangt van veel zaken af welke afstand je per dag kunt en wilt overbruggen. Vooral de wind is een bepalende factor. Het maakt nogal wat uit of je lekker “op het grote mes” met een harde wind in je rug met 30 km per uur over de wegen zoeft of dat je, net als in dat liedje, als een eenzame fietser kromgebogen over je stuur tegen de wind jezelf een weg baant. Vooral op de Meseta kan het flink waaien. Als je tegen de wind in aan het zwoegen bent, je teller nog geen 10 km per uur aangeeft en je in de berm een bord Santiago 514 km ziet, is dat niet echt om vrolijk van te worden.

 

Op geaccidenteerd terrein ligt je snelheid ook lager. Bedenk dat het grootste deel van de fietsroute niet echt vlak is. Zelfs op de Spaanse hoogvlakte heb je nog aardige klimmetjes. Bij het beklimmen van ‘echte bergen’ als de Ibañetapas, O Cebreiro of Cruz de Ferro zal bij een bepakte fiets je teller ruim onder de 10 km per uur blijven steken en dat enkele uren lang.

Er zijn ook racefietsers die menen 150 km per dag te moeten halen en al na twee weken voor het graf van de apostel staan. Of ze veel kunst en cultuur hebben gezien of momenten van diepe spiritualiteit hebben beleefd, zullen we maar niet vragen.

De ervaring leert dat 60 à 80 km per dag met een normaal bepakte fiets goed te doen is. Je hebt dan ook nog tijd iets te bekijken. Er is veel te zien onderweg en het is geen prestatietocht. Voor de gemiddelde fietser duurt de tocht dan vier tot vijf weken.

Je kunt je dag plannen en een doel op de kaart kiezen dat bijvoorbeeld zo’n 75 km weg ligt. Nadeel van deze methode is dat het ook wel eens tegen kan zitten (pech, onverwacht harde tegenwind, onweer- en hagelbuien waardoor je langdurig moet schuilen). Je kunt dan voor jezelf het idee hebben je doel nog steeds te moeten halen en ongemerkt ga je racen omdat je anders het gevoel hebt te falen. En dan ben je eindelijk op de plaats van bestemming, blijkt het hostal wegens verbouwing gesloten en moet je al je moed weer bij elkaar rapen om ander onderdak te gaan zoeken.

Een andere manier is om de tijd als uitgangspunt te nemen (na 4 uur ’s middags uur ga ik naar onderdak uitkijken). En de fietspelgrim die zijn jachtige bestaan helemaal los heeft gelaten, stopt gewoon waar het leuk is, ook al heeft hij of zij “maar” 25 km afgelegd.

Een strakke planning van de dagafstanden voor meerdere dagen (of voor de hele tocht!) is af te raden. Veel beter is het rustig van start te gaan en jezelf de kans te geven te wennen aan het elke dag fietsen met bagage. Je hebt dan minder kans op blessures bij de eerste langere hellingen.

 

In het onderdeel De weg naar buiten / Plan en begroot uw reis vindt u een module om het aantal fietsdagen te berekenen.

 

 2. Welke fiets is geschikt?

Theoretisch kun je natuurlijk op elke fiets naar Santiago de Compostela, maar comfortabel zal het niet zijn en de kans dat je de reis onverwacht af moet breken wegens (onherstelbare) pech is groot.

De fiets voor de pelgrim moet aan een aantal basiseisen voldoen. Het frame moet stevig en stabiel zijn, ook met bagage. Racefietsen zijn daarom minder geschikt. Hoe we over mountainbikes op wandelpaden denken, hebben we al uitgelegd. Als je toch uit Nederland vertrekt, zul je je eerst met je dikke banden over de Belgische en Franse asfaltwegen moeten trekken.

De meeste pelgrims kiezen voor een zogenaamde trekkingfiets (ook wel randonneur genoemd) of hybride fiets.

Alles is tegenwoordig online te koop, maar bedenk dat je een tocht van zo’n 2500 km voor de boeg hebt. Een fiets die goed en lekker zit, is daarbij essentieel. Dat betekent een framemaat die past bij je lichaamsbouw en beenlengte en vooral met goed afgesteld stuur en zadel.

Als je je fiets nog moet aanschaffen verdient het aanbeveling je goed te laten voorlichten bij een rijwielzaak die ook ervaring heeft met langeafstandfietsers. Lang niet alle fietsenmakers hebben die ervaring ook al zeggen ze soms van wel. Je fiets is op reis je vriend. De kans dat het ook een trouwe vriend blijkt te zijn, is groter als je niet kiest voor een stuntaanbieding, maar voor een gerenommeerd merk dat niet het duurste hoeft te zijn.

Rijwielen volgens de laatste mode en met de nieuwste snufjes zijn misschien leuk, maar technische hoogstandjes kunnen stuk gaan en de buitenlandse fietsenmaker heeft niet altijd de kennis en apparatuur die te repareren. Sterk, duurzaam, makkelijk te repareren en ruime verkrijgbaarheid van de onderdelen zijn zaken waar je meer aan hebt.

 

In Praktisch Pelgrimeren kunt u verder lezen over: geschikte fietsen.
 

 

 3. Hoe neem ik mijn bagage mee?

Goede bagagedragers zijn belangrijk voor de stabiele loop van de fiets. Voor een goede verdeling van het gewicht is een combinatie van achterdragers en zogenaamde low riders aan de voorvork erg geschikt.

Hoe lager het zwaartepunt, hoe gemakkelijker je fiets stuurt. Een sporttas met een paar klembandjes achterop binden is wel makkelijk, maar niet zo verstandig. Koop liever een paar speciale fietstassen. Zogenaamde drie-in-een-tassen zijn af te raden: onhandig en zwak in de naden. Handiger zijn losse tassen met een clicksysteem. Mensen met grote voeten doen er goed aan te kijken of er genoeg ruimte is tussen de hiel en (gevulde) tas.

Zorg voor een evenwichtige verdeling tussen links en rechts en voor en achter (ongeveer tweederde van het gewicht in de achtertassen en een derde voorin).

En wat de fabrikant ook beweert. Geen enkele tas is 100% waterdicht, simpele plastic zakken zijn dat wel. Niets is zo vervelend om na een dag in de regen gefietst te hebben, ’s avonds ook nog vochtige kleren aan te moeten trekken.

Wel of geen stuurtas is een persoonlijke keuze. Het bovenvakje van je stuurtas is handig voor kaart of routeboekje, maar veel gewicht aan je stuur fietst niet fijn.

En tot slot: een fiets met bagage fietst heel anders dan een ‘naakte’ fiets. Maak een paar oefentochtjes.

 

 

 4. Hoe kan ik me als fietser fysiek voorbereiden?

Gek genoeg denken veel mensen dat het aantal kilometers dat je op een dag kunt fietsen er toe doet. Belangrijker is hoe lang je op het zadel kunt zitten. Om de tocht naar Santiago te kunnen volbrengen, zou je dit toch minimaal zes uur per dag moeten kunnen volhouden. Als je dit (nog ) niet kunt, begin dan met een paar uurtjes per dag en bouw dit langzaam op.

Het is in ieder geval verstandig om met een redelijke conditie aan de tocht te beginnen. Denk niet dat die conditie vanzelf wel komt doordat je elke dag op weg bent naar Santiago. Als je ongetraind begint, zul je ontdekken dat je vermoeidheid aan het opbouwen bent en na enkele dagen nauwelijks nog vooruitkomt. Over blessures zullen we het dan maar niet hebben.

Verstandig is het ruim van tevoren te beginnen met trainen. Fiets ook eens met bagage en probeer wat hellingen te vinden. Je kunt bijvoorbeeld tien keer de Schellingwouderbrug op fietsen of als je bij zee woont de duinen opzoeken. Als je in de gelegenheid bent is een weekeindje Zuid-Limburg of Ardennen een aardig alternatief.