Voorbereiding

Social Share

1. Waarom pelgrimeren mensen naar Santiago de Compostela?

Voor de middeleeuwse mens was deze vraag niet zo moeilijk te beantwoorden. Het was vooral een religieuze activiteit. Men ging om te bidden, om de heilige te vereren, om vergeving te vragen of om een gunst af te smeken. En als je op strafbedevaart werd gestuurd, was er gewoon geen keuze. Dan had je te gaan.

De vraag waarom de moderne mens een pelgrimage naar Santiago de Compostela onderneemt, is niet zo makkelijk te beantwoorden. Nog steeds gaan er mensen om religieuze redenen, maar daarnaast zijn er veel andere motieven. De een ziet het vooral als een sportieve prestatie, terwijl het voor de ander een reis langs duizend jaar kunst en cultuur is. Voor velen is het een rite de passage, een overgang naar een andere levensfase, bijvoorbeeld van een werkzaam leven naar pensionering.

De een gaat uit onvrede met het huidige bestaan, de ander met een intens verdriet om het verlies van een dierbare, weer een ander hoopt een antwoord te vinden op bepaalde levensvragen. En anderen gaan gewoon op weg omdat het leuk en spannend is.

 

Opvallend is dat een groot aantal mensen eigenlijk niet zo goed uit kan leggen waarom ze op weg zijn gegaan. Ze zoeken iets wat ze denken op de camino naar Santiago te kunnen vinden, zonder precies te weten wat. Kortom: een bonte mengeling van motieven, waarbij de al of niet bewuste religieus-spirituele ondertoon voor velen wezenlijk is.

Wat de reden ook mag zijn, praktisch iedereen – ook hij of zij die de reis in eerste instantie om louter sportieve redenen maakte - zegt achteraf dat hem of haar tijdens die reis een bijzondere ervaring overkomen is, iets ondefinieerbaars, iets waardoor hij of zij voor altijd een ander is. Veel mensen delen hun leven achteraf in twee fasen in: een leven voor en een leven na de camino.

 

 2. Moet ik religieus zijn om de pelgrimage te ondernemen?

Het antwoord is eigenlijk al in de vorige vraag gegeven. Tegenwoordig gaat iets minder dan de helft van de pelgrims uit religieuze overwegingen op pad. Eerder ervaren veel mensen een grote mate van ‘spiritualiteit’, een begrip dat heel verschillend geduid en beleefd wordt. Wat de meeste hedendaagse pelgrims wel gemeen hebben, is dat zij ‘bewust onderweg’ willen zijn.

En juist door onderweg te zijn is het alsof zij ‘stilstaan’ bij het moment. Ze ervaren waarden als stilte, eenzaamheid, vriendschap, gastvrijheid, eenvoud, aandacht en nog veel meer.

Veel pelgrims bezoeken onderweg kerken en kloosters en raken onder de indruk van het culturele erfgoed dat het christendom heeft voortgebracht. Onder hen zijn er velen die dan een kaars branden, een gebed uitspreken, of ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde.
Maar pelgrimeren naar Santiago betekent niet dat je per se katholiek of gelovig moet zijn. Je beslist zelf of je al dan niet een pelgrimsmis bijwoont en iedereen is welkom in nachtonderkomens van welke religieuze signatuur dan ook. Niemand spreekt je aan op je geloof.

Hierop is één uitzondering: bij aankomst in Santiago kun je in het pelgrimsbureau een compostela krijgen, maar dan moet je op het aanvraagformulier als motief voor je tocht in elk geval ‘religieus’ invullen. Op het document staat immers dat je de reis uit devotie voor Sint-Jacob hebt ondernomen. Wie enkel een ander motief aangeeft, zoals ‘cultureel’ of ‘sportief’, krijgt een eenvoudige en minder mooie oorkonde (Zie ook het onderdeel Aankomst, terugtocht en Thuiskomst, vragen 2 en 3).

Kortom, de weg naar Santiago de Compostela is er voor iedereen en iedereen kan deze op zijn of haar eigen manier invullen. Ieder gaat zijn eigen camino.

 

 3. Van waaruit zal ik vertrekken?

Vroeger kon het gewoon niet anders: een pelgrim naar Santiago de Compostela vertrok thuis en ging - meestal te voet - heen én terug. De meeste pelgrims van nu hebben of nemen de tijd niet om van huis naar Santiago te gaan. (...).

 

Dat betekent dus: keuzes maken. In het onderdeel De weg naar buiten helpen wij u daarbij graag op weg.

 

 4. Moet ik de reis in één keer afronden?

Nee, het moet niet, maar het maakt de reis meer dan anders tot een unieke ervaring. Als je er nu aan toe bent en je kan het nu realiseren, stel het dan vooral niet uit. Misschien krijg je deze kans nooit meer!

Zorg er wel voor dat bij vertrek thuis alles goed geregeld is en maak afspraken hoe je het thuisfront op de hoogte houdt. Onderschat de benodigde tijd en de inspanning niet, maar eenmaal weer thuis, kijk je met voldoening terug op wat de reis je heeft gebracht.

Als je de reis onderneemt als een meerjarenproject moet je je vertrek elk jaar weer opnieuw voorbereiden. Je moet er steeds weer voor zorgen dat je spullen in orde zijn, elke keer weer opnieuw op gang komen en tenslotte altijd weer de reis afbreken. Je zult in de relatief korte perioden dat je onderweg bent nooit het fysieke, psychologische en spirituele niveau bereiken dat je ervaart als je de tocht in één keer maakt.

 

 5. Zal ik alleen gaan of met een maatje?

Mocht je een vaste partner hebben met dezelfde ideeën als jij en spelen fysieke en mentale factoren geen belemmerende rol, dan is het antwoord niet zo moeilijk. Ga samen het avontuur aan! Voor veel paren blijkt een gezamenlijk volbrachte pelgrimstocht achteraf het ultieme avontuur in hun leven te zijn geweest.

En veel mensen ervaren het als heel bijzonder een keer met een van hun (oudere) kinderen op pelgrimage te zijn geweest. Je komt tot gesprekken die je thuis niet zo snel zou voeren. Of zoals een vader het verwoordde: “Ik had met mijn dochter afgesproken dat we elkaar elke dag een vraag zouden stellen die je thuis niet zo snel op tafel zou leggen.”

Anders ligt het als je partner niet zo veel in pelgrimeren ziet, of daartoe fysiek niet in staat is of als je geen partner (meer) hebt.

Ga je dan alleen of zoek je een wandel- of fietsmaatje? Voor je beslist, is het verstandig na te gaan hoe je zelf in elkaar zit. Sommige mensen hebben behoefte aan gezelschap, een klankbord om een lach of traan mee te delen; anderen hebben genoeg aan zichzelf. Alleen op stap gaan, langdurig onderweg zijn en alleen met jezelf te maken hebben, is een boeiende uitdaging en voor velen een bijzondere ervaring.

Een ander wel eens vergeten punt: als je solo reist, leg je gemakkelijker contacten dan als “setje”. Als je van huis vertrekt, zal dit contact de eerste tijd vooral met de plaatselijke bevolking zijn. Na Vézelay of Le Puy wordt de kans op medepelgrims aanzienlijk groter.

Opvallend is dat men vaak veel aandacht besteedt aan materiaalkeuze en training, maar dat men denkt dat het samen op pad gaan iets is wat zich vanzelf wel regelt. Samen met iemand gedurende langere tijd onderweg zijn, is niet niks en het vraagt echt de nodige tijd en energie om er achter te komen of de beoogde persoon wel de juiste is om mee op pad te gaan. Kleine eigenaardigheden van je reisgenoot die je in het begin nog ‘apart’ vindt, kunnen in de loop der tijd uitgroeien tot grote ergernissen. (...)

Hier is maar één remedie tegen: oefen eerst eens door een paar dagen samen op pad te gaan. En als het toch niet blijkt te klikken, zeg dit dan ook eerlijk. Op tijd afhaken, hoeft geen pijn te doen. Pijnlijk wordt het pas als je dit moment te lang hebt uitgesteld. (...)

In Praktisch Pelgrimeren kunt u verder lezen over: alleen of met een maatje.

 

 

 6. Is het veilig onderweg?

Veiligheid in het verkeer heb je vaak zelf in de hand. Dat het niet verstandig is over het rechter wegrandje van een weg met veel vrachtverkeer te lopen, kun je zelf ook wel bedenken.

Over je persoonlijke veiligheid tijdens de tocht hoef je je geen zorgen te maken, ook niet als je in je eentje onderweg bent. Natuurlijk zijn er altijd verhalen over spannende of vervelende ontmoetingen en momenten waarop iemand zich niet op zijn gemak of mogelijk zelfs bedreigd voelde.

De camino is niet onveiliger dan een gewone tocht door Nederland of België. In de middeleeuwen moest je oppassen voor zogenaamde coquillards, boeven die zich als pelgrim voordeden en de schelp droegen als dekmantel voor hun malafide praktijken. Tegenwoordig komen die nauwelijks meer voor, al duiken er nog steeds verhalen op van pelgrims die met een zielig verhaal geld lenen dat ze uiteraard nooit terugbetalen.

Voor je medepelgrims hoef je niet bang te zijn, maar het is natuurlijk nooit verstandig om waardevolle spullen onbeheerd achter te laten in de herberg, ook niet tijdens het douchen. Een plastic zakje met je geld en waardepapieren mee naar de douche nemen is dan een goed idee.

De bewoners van de streken waar je doorheen komt, zullen je in je waarde laten. Ze zijn misschien nieuwsgierig naar het doel van je reis en je motieven. Gedraag je als een gast en ze zullen je met respect behandelen en als het nodig is de helpende hand bieden.

Maar zoals vaak geldt, blijf op je qui-vive en gebruik je gezond verstand, vooral in de grote steden. Slecht volk kun je overal tegenkomen.

Fietsers doen er goed aan hun fiets met bagage in grote steden niet onbeheerd achter te laten. Wil je een kerk of kathedraal bezoeken, ga dan om de beurt naar binnen. Reis je solo, dan is er nog een andere oplossing. Voor de kerk zitten vaak bedelaars. Voor een kleine vergoeding passen ze graag op je fiets. “Hangouderen” op een bankje doen dit zelfs gratis voor je.