Op weg naar heil en heelheid

Social Share

Op weg naar heil en heelheid

Op zaterdag 2 juni 2007 was het een drukte van jewelste op de wegen rond Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Touringcars, busjes en vrachtwagens vol mensen waren op weg naar de stad. De voertuigen waren versierd met takken en bloemen, de mensen waren blij, zij zongen en maakten soms muziek. Toch waren ze niet allemaal naar hetzelfde op weg. Sommigen waren onderweg naar het Nelson Mandelastadion ten oosten van Kampala. Daar zou op zaterdagmiddag de voetbalwedstrijd Oeganda-Nigeria gespeeld worden. Anderen waren op weg naar Nnamugongo, iets ten noordoosten van de stad. Daar zijn de plekken – een katholieke en een protestantse – waar de martelaren van Oeganda vereerd worden, de eerste Oegandezen die rond 1880 door anglicaanse zendelingen uit Engeland en katholieke missionarissen uit Frankrijk werden gedoopt en vijf jaar later in opdracht van de wrede koning Mwanga II werden gedood. De volgende dag, op zondag 3 juni, werd hun feestdag gevierd met een nationale bedevaart.

De groepen reizigers die ik bij mijn bezoek aan Oeganda kon bewonderen, hadden veel met elkaar gemeen. Zij waren op weg naar een bijzondere plek, waar op rituele wijze iets gevierd zou gaan worden dat zou bijdragen aan hun geluk en hun besef van identiteit: een voetbalwedstrijd – die uiteindelijk ook nog een onverwachte victorie voor Oeganda zou opleveren – en de eerste christelijke geloofsgetuigen uit eigen land. Beide rituelen verduidelijken voor de reizigers iets over wie zij zijn, als inwoners van Oeganda, een Britse koloniale constructie die verschillende oude koninkrijken in zich verenigt. En in beide gevallen, zowel bij de voetbalfans als bij de pelgrims, droeg het samen onderweg zijn al in hoge mate bij aan het gevoel van geluk en welbehagen van de reizigers. De tocht, de reis schept gemeenschap, saamhorigheid en verbondenheid. ‘Communitas’ noemen de bedevaartonderzoekers dit, naar het voorbeeld van de Amerikaanse antropoloog Victor Turner.

Bij de bedevaartgangers naar Nnamugongo wordt scherp zichtbaar dat het de tocht zelf en niet de bestemming is die gemeenschap schept. De bestemming zelf is immers confessioneel gescheiden. Het heiligdom van de Church of Oeganda, de Oegandese variant van de anglicaanse kerk, is in zekere zin de meest echte: daar zijn de meeste martelaren door verbranding omgebracht. Zij is ook de meest oecumenische, want zowel de namen van de anglicaanse als die van de katholieke geloofsgetuigen worden er met piëteit in herinnering gehouden. Het katholieke heiligdom ligt een paar kilometer verder, op de plek waar één martelaar ter dood is gebracht, Charles Lwanga, de leider van de katholieke groep. Op die plek werd op verzoek van paus Paulus VI, de eerste paus die – in 1969 - Afrika ten zuiden van de Sahara heeft bezocht, een basiliek in de vorm van een gigantische Afrikaanse hut gebouwd. De bedevaartgangers vieren op 3 juni gescheiden naar confessie elk op een eigen plek hun martelaren, meestal met veel hoge gasten, bij de katholieken dit jaar president Museveni en bij de anglicanen de koningin van Buganda, een van de traditionele koninkrijken. 

Maar tijdens de vaak lange tocht naar Nnamugongo spelen die verschillen van denominatie nauwelijks een rol. Er zijn mensen die een week lang te voet op weg zijn naar Nnamugongo. Zij vragen elkaar onderweg niet of ze katholiek of anglicaan zijn. En misschien denken ze wel naar hetzelfde op pad te zijn, maar is de bestemming voor de een het bedevaartsoord en voor de ander het voetbalstadion. Zij hebben een gemeenschappelijk belang: de reis voltooien. En dat belang brengt hen dichter bij elkaar. Zij wisselen ervaringen uit: waar je goedkoop kunt overnachten, waar de weg minder modderig is, hoeveel de taxibus van de ene naar de andere stad kost. Het op pad zijn schept een tijdelijk verbond tussen mensen. Dat verbond kan, zoals Victor Turner stelde, sterk afwijken van de sociale verbanden waarin mensen normaal leven. De bedevaart wordt dan, in zijn terminologie, tot een antistructuur: een tijdelijke ontkenning van de maatschappelijke structuren met hun regels en hiërarchische verhoudingen. De tijdelijke ‘communitas’ van de bedevaart staat dan als tegenpool tegenover de blijvende ‘societas’ van de maatschappelijke verbanden. 

Hoe het ook zij: niet de bestemming, maar de tocht maakt iemand tot pelgrim. Woorden van deze strekking zijn met regelmaat te vinden op de weblogs van Nederlandse pelgrims die verslag doen van hun tocht naar Santiago de Compostela of andere klassieke bedevaartplaatsen. Zij willen uitdrukken dat er vooral onderweg iets gebeurt met de pelgrims en niet zozeer op de plaats van bestemming. Zij gelden zo goed voor de bedevaartgangers naar Nnamugongo in Oeganda als voor de moslims die de hajj naar Mekka maken of de duizenden pelgrims die in juli of augustus op pad gaan naar Brindavan aan de rivier Jumna in India, waar in de eeuwenoude tempel Krishna gevonden kan worden. De tocht naar de bedevaartplek is uitdrukking en symbool van de levensweg die mensen afleggen. De beweging van het lichaam correspondeert met een beweging van de ziel of van het innerlijk. De tocht, de bedevaart is een metafoor voor het menselijk leven. De mens is iemand die onderweg is. De mens is reiziger.

In 1944, temidden van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, publiceerde de Franse filosoof Gabriel Marcel onder de titel Homo viator, de mens als reiziger, zijn aanzet tot een metafysica van de hoop. Marcel ziet het menselijke bestaan als een tocht. Hij denkt over de mens als over iemand die op weg is, en tijdens die tocht ontmoet hij de wereld, zichzelf, de ander en – soms, even – God. Het beeld van de mens als reiziger roept een mensbeeld op dat in vele godsdiensten voorkomt: dat van de mens als iemand die op pad is, onderweg en dus nog niet op zijn bestemming, nog niet thuis. De reis of de tocht blijkt de meest populaire metafoor te zijn als het gaat om ingrijpende veranderingen of overgangen in het menselijk leven, bijvoorbeeld die van leven naar dood. Het is ook de meest verbreide metafoor voor het omvormingsproces dat zich in iemands innerlijk kan voordoen: de weg, het pad. Jezus noemde zichzelf de Weg en Boeddha leerde het edele achtvoudige Pad. 

Mensen zijn de eeuwen door, in verschillende culturen en streken, op pad gegaan, op zoek naar zichzelf en naar het heilige, naar heil en heelheid. Over deze pelgrims en hun wegen en over datgene waarnaar zij op zoek waren en zijn, zal het gaan in het vervolg op deze eerste bijdrage in een reeks artikelen over bedevaart en pelgrimage.

Prof. dr. Peter Nissen is hoogleraar Kerkgeschiedenis/Geschiedenis van het Christendom aan de Radboud Universiteit Nijmegen