Santiago de Compostela


Pelgrims



Pelgrims uit alle delen van Europa

gingen op weg naar het graf van Jacobus. De oudst bekende pelgrim is Godeschalk, bisschop van Le Puy, die in 951 op bedevaart ging naar Santiago de Compostela. Eenmaal thuisgekomen legden de pelgrims getuigenis af van de talrijke en unieke mirakelen die de apostel toegedicht werden, berichten die zijn roem verder versterkten.
In 1075 begon men aan de bouw van een nieuwe kathedraal en in 1095, bijna drie eeuwen na de ontdekking van het graf van de apostel, kende paus Urbanus aan Santiago de Compostela, dat inmiddels uitgegroeid was tot de religieuze hoofdstad van West-Europa, het predicaat bisschopsstad toe.
De verering van de apostel nam geleidelijk de vorm aan van een cultus.

Jacobsroute 479.JPGDe stoet pelgrims zwol aan en van heinde en verre trokken zij op om over de Europese wegen naar Jacobus te gaan. Aimery Picaud, een Franse monnik, schreef rond 1130 het Liber Sancti Jacobi, een hoogtepunt in de aan Jacobus gewijde literatuur.
Dit boek bevat een groot aantal religieuze en liturgische teksten en verhaalt van het leven van de apostel.
In het laatste deel beschrijft hij de vier historische pelgrimswegen van Frankrijk, de exacte route ervan en de heilige plaatsen die de gelovige pelgrim tijdens zijn reis dient te bezoeken. Men beschouwt het boek wel als de eerst bekende gids voor de pelgrim.
Voor de opvang van de toestromende massa mensen werden er kerken, hospitalen en bruggen gebouwd.
Hierdoor ontsloot zich het gehele West-Europese christelijke land en kreeg het Europese culturele gedachtegoed vorm.
Niet voor niets zijn de Europese wegen naar Santiago in 1987 door de Raad van Europa benoemd tot Eerste Europese Culturele Route.






Santiago1 2009 .jpg